___________________________________________
Sesfontein – Palmwag : 173 km
Route : C43
___________________________________________
Voortaan is hier niet meer vrijdag de 13e, maar vrijdag de 16e een gevreesde vrijdag. (Overigens… het is wel onze 13e reisdag…)
Maar… laat ik bij het begin beginnen.
Ik heb vannacht goed geslapen, Harrie minder door de kou. Wanneer we onze neus buiten de auto steken om de tandjes te gaan poetsen worden we besprongen door een Duitser die in het Engels vraagt of we fuel voor ‘m hebben. Probeer je het erbij horende vette Duitse accent even voor te stellen EN bedenk er een Crocodile Dundee outfit bij die spik en span gewassen en gestreken is – inderdaad, met plooi. “Fjoel” dus. De pomp blijkt hier kapot en hij redt het niet tot Opuwo. Harrie en ik kijken elkaar aan, kijken nog even wat we in de tank hebben en besluiten hem de inhoud van 1 van onze jerrycans (15 liter) over te doen. Hij is zo blij dat we ruim een euro fooi krijgen
Ergens tijdens dit hele tafereeltje zegt Croc ‘O, joe hef ee problem joerself”. Lekke (voor)band nr 2. Grrr.
Harrie aan de arbeid. De band is al aardig leeg, dus we hebben het reservewiel nodig dat onder de auto hangt. Het lukt in eerste instantie niet het Afrikaanse systeem te doorgronden, maar met hulp van een lokale gids lukt het gelukkig wel en de rest is dan een eitje. Ondertussen doe ik de afwas van gisteravond, zet het ontbijtje klaar en schrijf wat bij.
Als we daarna genieten van ons ontbijt zien we Croc weer aan komen stappen. We krijgen tegelijk dezelfde ingeving en inderdaad… hij kermt: “joe hef given mie
DIE-sel”. Ondanks de stoere outfit blijkt Croc niet in een 4wd hummer te rijden, maar in een kleine fiat puncto. Op benzine dus. Hebben wij daar met onze slaperige kop aan gedacht toen hij om “fjoel” vroeg bij een stoere 4×4. Oeps. Ze zijn zijn auto leeg aan het pompen en hij gaat weer verder op strooptocht naar “fjoel…petroll”. Wij zitten de hele dag nog in de auto ‘joe hef given mie DIEsel… aaaaaaaaah.
Even buiten Sesfontein is er meteen weer een obstakel: in verband met wegwerkzaamheden is er een klein detourtje: flink steil door een droge rivierbedding. En daar onderin die bedding staat midden op de weg een tankwagen (gevuld met water) die wel naar beneden is gekomen, maar daarna niet meer onhoog. We durven er niet langs en het is de enige weg het dorp uit.
And now we wait
2 auto’s achter ons sluit Croc aan in de rij, dus die kan blijkbaar (gelukkig voor ons gemoed…) ook weer vooruit.

Oma zou zeggen “alle vreemde dingen komen in drieën”.
Na de fjoel en deze truck hebben we dus nog iets tegoed…
In de rivierbedding wordt hard gewerkt. Er wordt zand achter de tankauto geschept voor grip, die ploetert achteruit voor een aanloopje – ondertussen zien we bijna voor onze ogen een zandscheppert uit de open laadbak van de hulptruck vallen als die de helling op komt rijden, maar gelukkig vindt zijn hand op tijd houvast – en met ronkende motor en hoopvolle blikken van wachtende toeristen haalt-ie het nu wel. Hoera… we kunnen op naar het zuiden.
Richting Palmwag is het stil in de auto. Nog net niet met open mond – maar dat is meer omdat het gewoon niet handig is met al die stof hier – kijken we om ons heen. Bergen in de verte, rood zand, groene Afrika boompjes en struikjes, de gravelroad die erdoor heen slingert en je in de verte over de heuveltjes voor je ziet golven. Overtreffende trap van mooi.

De weg slingert zich door Damaraland


En we houden je echt wel in de gaten hoor…

Onze auto in deze prachtige omgeving.
We tanken bij Palmwag en gaan naar de ‘bandenmaker’ bij de lodge. In een
on-Afrikaans haast-tempo (wij steeds maar we hebben geen haast, doe maar rustig enz enz – helpt niet) wordt de band onder de auto uitgehaald, opgepompt, onderzocht met een gietertje met water, gaatje gevonden, gaatje hersteld met het Afrikaanse wondersetje, verwisseld met de reserveband en die weer onder de auto geplakt. En dat weer voor omgerekend 3 euro. Ondertussen haal ik weer een koude cola voor deze wonder-autobanden-plakkert.
Daarna een plekje zoeken op de wonderschone campsite bij de lodge. We kiezen een plekje met een eigen hutje met daarin douche-wc-wastafel – met uitzicht op Damaraland. Vandaag is het mijn beurt voor “ik weet niet of ik ooit op zo’n mooi kampeerplekje heb gestaan”. Wat is het hier mooi! De eerste twijfel over ‘zullen we 1 of 2 nachtjes hier staan’ slaat snel door. 2. Definitely.
We staan er nog niet of er komen 2 desertolifanten aan, die op ongeveer 100 m. aan een boompje gaan staan plukken.

Palmwag lodge. Campsite nr 6… een aanrader!

Met uitzicht op woestijn olifanten

We proppen een boterham naar binnen en gaan dan richting de Palmwag Consession, waar we met onze zojuist verworven permit zelf doorheen mogen rijden. Inkl. GPS coordinaten op het plattegrondje dat we krijgen – dat gaat helemaal lukken zonder te verdwalen. Bij de entree-gate zegt de guard dat we wel uit de auto mogen, maar niet te ver van de auto, want er zijn leeuwen gesignaleerd. We denken dan nog: jaja… Er staan hier geen hekken om dit park, dus in onze Westerse onwetendheid denken we ‘right – leeuwen – leuke toeristen-grap’.
De toegangsweg is één en al keien.

Woorden overbodig.
Met een slakkegangetje rijden we naar punt 1: een waterhole. We krijgen zebra’s in het vizier de verrekijker, en een gemsbok en kudu’s. Het is een wonderschoon plaatje, tegen de rode stenige achtergrond.

Nabij de waterhole
Op naar het volgende punt op de kaart: een viewing point op een heuveltje. We kruipen – nog steeds in slakkegang over de stenige weg – naar de top en dan plots: een KNAL en een luid sissend geluid. De linkerachterband is in minder dan een tel leeg!
En dat in een verlaten maanlandschap, zonder mensen in de buurt, staand in een hoek van 20 graden, buiten ongeveer 30 graden, en met de ‘lion-sightings’ woorden van de gateman ineens weer in ons achterhoofd. Maar ja, “and now we wait” zal hier niet werken, dus AKTIE.

Veel platter kan niet; je kunt de winkelhaak zien zitten.
RTL zou hier een reclamebreak inlassen, dus om de spanning erin te houden doen we dat ook maar 
Gezien het feit dat ik dit thuis zit te typen zullen jullie vannacht toch wel kunnen slapen, in de wetenschap dat we het er levend afgebracht hebben.